Give Milk Program

 

Geef een kans

 
 

Give Milk Program in detail
Give Milk Programma voor medici

Give Milk Program

Op de lokaties van het Give Milk Program worden alle zwangere vrouwen getest op HIV. Nadat de diagnose is gesteld wordt aangeboden deel te nemen aan het Give Milk Program. Het programma is gebaseerd op richtlijnen van de World Health Organization (WHO) en wordt geleid door een lokale verpleegkundige en ondersteund door een arts.

Gedurende gemiddeld twee jaar bestaat veel contact tussen de belanghebbenden en de medici. Medisch ingrijpen om HIV-overdracht van moeder op kind te voorkomen is van primair belang. Tegelijkertijd is sprake van psychosociale ondersteuning, educatie en voorlichting.

Medisch ingrijpen in het Give Milk Program wordt onderverdeeld in handelingen voor, tijdens en na de geboorte van het kind:


Voor de geboorte:

  • Malariapreventie
    De moeder krijgt een klamboe omdat een actieve malaria-infectie de moederkoek kan beschadigen. Dat vergroot het risico van overdracht van het virus van moeder op kind.
  • Multivitamines
    Om de algehele conditie van de moeder te verbeteren krijgt zij vitaminesupplementen.


Rond de geboorte:

  • Medicijnen
    Bij aanvang van de bevalling krijgt de moeder een tablet Nevirapine, een antiHIV-medicijn. Nevirapine wordt snel opgenomen in het bloed en gaat zo via de moederkoek naar het kind. Op de tweede of derde levensdag wordt hetzelfde medicijn aan het kind gegeven. Nevirapine verlaagt de kans op overdracht van HIV met 50%.
  • Tijdens de bevalling
    De kans dat lichaamsvloeistoffen van moeder en kind met elkaar in aanraking komen moet zo klein mogelijk worden gemaakt. De vliezen mogen niet actief gebroken worden en er mag geen 'knip' worden gezet. Wanneer het hoofdje van het kind is geboren, veegt men zijn mondje af. Indien noodzakelijk wordt het kindje uitgezogen. De navelstreng wordt zo snel mogelijk afgebonden.


Na de geboorte:

  • Direct na de geboorte krijgt de baby flesvoeding. Dit brengt de kans op HIV-overdracht terug van 30-40 tot 15 procent.
  • Borstvoeding als alternatief:
    Soms (door culturele factoren) mag de baby niet aan de fles. Dan mag het kind maximaal drie maanden borstvoeding. Deze wordt na de termijn volledig gestopt omdat het tegelijk geven van borst- en flesvoeding juist de kans op HIV-overdracht vergroot.
  • Medicijnen
    • Bij 4-6 weken wordt gestart met antibiotica ter voorkoming van de specifieke longontsteking die met HIV gepaard kan gaan. Als het kind definitief negatief is getest op HIV wordt hiermee gestopt.
    • Kind en moeder krijgen vitaminesupplementen om de algehele conditie te verbeteren.
  • Diagnostiek
    Op de projectlocatie zijn HIV-testen aanwezig die de aanwezigheid van antistoffen tegen HIV aantonen. Kinderen kunnen tot de leeftijd van anderhalf jaar antistoffen van de moeder in hun bloed hebben; daardoor is een betrouwbare test pas mogelijk op die leeftijd en wordt de test dan ook pas uitgevoerd.