Give Milk Program voor medici
Op de lokaties van het Give Milk Program test men zwangeren routinematig op HIV. Het Program is gebaseerd op richtlijnen van de World Health Organization (WHO). Bij de zogenaamde post-test counseling wordt aangeboden deel te nemen aan het Give Milk Program. Een lokale verpleegkundige onder supervisie van een lokale arts voert het programma uit.
Moeder en kind hebben dan gedurende gemiddeld twee jaar contact met de medici omdat medische interventies ter preventie van HIV-transmissie van primair belang zijn. Tegelijkertijd is sprake van psychosociale ondersteuning, educatie en voorlichting.
Medische interventies worden onderverdeeld in prenatale, perinatale en postnatale interventies
Prenatale interventies:
- Malariapreventie: klamboe.
Een actieve malaria-infectie heeft invloed op de integriteit van de placenta met een grotere kans op HIV-transmissie als gevolg.
- Om de algehele conditie van de moeder te bevorderen krijgt zij vitaminesupplementen.
Perinatale interventies:
- Nevirapine
Nevirapine is een non-nucleoside reverse transcriptase inhibitor, die zeer potent is en een lange halfwaardetijd heeft (>24 uur bij volwassenen). Nevirapine wordt na orale inname snel geabsorbeerd en bereikt via de placenta binnen dertig minuten dezelfde spiegels in neonaat en moeder. Bij aanvang van de partus wordt 1 tablet van 200 mg aan de moeder toegediend. De neonaat krijgt het middel 48 - 72 uur post partum in een dosering van 2 mg/kg. Dit regime geeft een relatieve reductie van HIV-transmissie van ongeveer 50%.
- Interventies durante partu
Bij een vaginale baring worden de vliezen zo lang mogelijk intact te houden. Een episiotomie is gecontraïndiceerd. Wanneer het hoofdje van het kind is geboren wordt de mond afgeveegd en het kind wordt alleen uitgezogen indien noodzakelijk. Het kind wordt zo spoedig mogelijk afgenaveld.
Postnatale interventies:
- Direct post partum wordt flesvoeding aangeboden. Door het geven van flesvoeding in plaats van borstvoeding, wordt de kans op transmissie gereduceerd van 30-40% tot 15%.
- Indien door culturele factoren geen flesvoeding kan worden gegeven, worden adviezen gegeven omtrent het geven van borstvoeding. De duur van de borstvoeding moet zo kort mogelijk zijn (maximaal 3 maanden), waarbij abrupt moet worden gestopt ('abrupt weaning'). Het tegelijk geven van borst- en flesvoeding ('mixed feeding') moet worden vermeden. Mixed feeding vergroot de kans op HIV-transmissie. Een hypothese hiervoor is het ontstaan van laesies in de tractus digestivus door de flesvoeding. De laesies kunnen als port d'entree dienen voor HIV.
- Medicatie
- PCP-profylaxe (Trimethroprim-Sulfamethoxazole) wordt gestart op de leeftijd van 4 - 6 weken. Dit wordt gecontinueerd tot het moment dat het kind HIV-negatief is getest.
- Multivitamines: suppletie van vitamines gedurende de gehele follow up.
- Gedurende twee jaar worden groei en ontwikkeling van het kind gevolgd tijdens een maandelijks consult om vroegtijdig te kunnen ingrijpen bij ziekteverschijnselen.
- Diagnostiek
Op de projectlocatie is een HIV-sneltest aanwezig, gevoelig voor antistoffen van zowel HIV-1 als HIV-2. Omdat maternale IgG-antistoffen tot de leeftijd van 18 maanden aanwezig kunnen zijn bij het kind, wordt de test pas uitgevoerd op de leeftijd van 15 en 18 maanden.