HIV/Aids
HIV is een afkorting voor humaan immunodeficientie-virus. Dit is het virus dat uiteindelijk aids veroorzaakt. Het virus tast het afweersysteem van het lichaam aan. In het begin gebeurt dit vaak ongemerkt, maar na verloop van tijd heeft het lichaam steeds minder afweer tegen ziektes. Daardoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Pas dan wordt er gesproken van aids.
Het HIV-virus zit in bloed, sperma, vaginaal vocht en in de moedermelk van iemand die besmet is. Het virus kan op verschillende manieren worden overgedragen:
- onveilig vrijen
- bloedtransfusie
- besmette injectienaald
- van moeder op kind tijdens zwangerschap of bevalling via het bloed of via de borstvoeding
Iemand die seropositief is hoeft geen verschijnselen te hebben. Je kunt ook niet aan iemand zien of hij of zij besmet is. Sommige mensen krijgen tijdelijke klachten zoals opgezette klieren, koorts, diarree, menstruatiestoornissen, vermoeidheid, nachtelijk zweten en gewichtsverlies. Na de infectie kan het wel tien jaar duren voordat er klachten ontstaan. Hoe lang de klachtenvrije periode duurt verschilt per persoon en is niet te voorspellen.
Het virus tast het afweersysteem van het lichaam steeds verder aan. Doordat de afweer verzwakt, kunnen gemakkelijk infecties en aandoeningen ontstaan, zoals ontstekingen van de huid en de longen en vergeetachtigheid (dementie). In deze fase noemen we de ziekte aids (acquired immunodeficiency syndrome).
Een HIV-infectie kan door bloedonderzoek worden aangetoond. Testen op HIV heeft over het algemeen pas zin vanaf drie maanden na een mogelijke besmetting. Eerder kan een infectie met het virus niet met zekerheid worden uitgesloten.
HIV-verspreiding wereldwijd
De behandelingmogelijkheden van een HIV-infectie (en aids) zijn de afgelopen jaren alsmaar verbeterd. Er zijn nog geen medicijnen gevonden die het virus kunnen doden. Maar bij de meeste mensen kan een langdurige en intensieve behandeling met verschillende medicijnen helpen het virus in het lichaam te remmen.
Als de medicijnen goed werken heeft men lange tijd nauwelijks klachten en blijft men langer leven. De gebruikte medicijnen hebben wel bijwerkingen en er is nog niet zoveel bekend over de werking op de lange termijn.
Bij zwangere vrouwen die met HIV besmet zijn kan door behandeling met HIV-remmende medicijnen en de beschikbaarheid van flesvoeding besmetting van het kind bijna altijd worden voorkomen in de Westerse wereld.
In Afrikaanse landen zijn HIV-remmers vaak niet aanwezig. De mogelijkheid om flesvoeding te geven is er vaak niet door gebrek aan geld, kennis en het bestaan van taboes. Hierdoor is het risico van de overdracht van moeder op kind veel groter. Gemiddeld wordt in Afrikaanse landen 25-40% van de kinderen besmet met HIV door hun moeder.
